Biografie

Digno Garcia werd geboren in 1919 in het Paraguayaanse Morascué (Luque), een dorpje niet ver van de hoofdstad Asunción.

Als jonge knaap mocht hij van zijn vader geen harp spelen en schakelde tijdelijk over op gitaar. Op zijn zeventiende trok hij met een oom naar de haven van Asunción om er het geschikte hout te zoeken om een harp te bouwen.

Daarop introduceerde hij een heel nieuwe stijl met een eigen ritme en componeerde zijn eerste succesnummer Cascada, een harpsolo genoemd naar de bekende Chololo watervallen in Piribebuy.
Op één van zijn optredens zat toevallig iemand van een platenmaatschappij die hem een contract aanbood. Vervolgens toerde hij doorheen heel Zuid-Amerika en Mexico.

Begin jaren vijftig koos Paraguay de drie beste muzikanten om het land te vertegenwoordigen op een twee jaar durende missie als cultureel ambassadeur. Dat trio bestond uit Agustín Barboza (de koning van de Guarani-liedjes), Luis Alberto del Parana als beste zanger en Digno Garcia als harpspeler.

Via het Italiaanse Genua arriveerde het Trio in 1954 met als naam ‘Trio Los Paraguayos’ in Europa.

België was de volgende etappe. Hadden ze in Zuid-Amerika al enige naam, dan waren ze in Europa nog compleet onbekend. De Paraguayaanse consul in België kreeg opdracht om het trio te lanceren. Op voorspraak van de consul mocht het trio van de directeur van het casino van Knokke acht dagen op proef spelen in het voorprogramma van Gilbert Becaud.

Het succes van deze acht dagen proef was erg groot en prompt kreeg het trio een contract voor de maanden juli en augustus. Ook de platenmaatschappij Philips hoorde van het succes en bood het trio na een optreden een interessant platencontract aan.

Van Knokke ging het naar de Sporting Club Monte Carlo, waar ze al meteen gevraagd werden om op te treden op de yacht van Aristoteles Onassis. Een eigenaardige ervaring vonden de muzikanten dat, met langoustines en kreeft, in plaats van een goede steak waar ze meer gewend aan waren, afkomstig uit een land dat geen uitweg had naar zee. Daarna vroeg Aristoteles aan Digno Garcia of hij alleen voor hem een stukje harp wou spelen op diens yacht.

Via Gstaadt toerden ze langs de voornaamste Europese casino’s. Als gevolg van het succes kregen ze in de zomer van ’55 in het casino van Oostende de dubbele gage van het jaar tevoren in Knokke, opnieuw voor een reeks optredens gedrurende twee maanden. Daar kregen ze ook een aanbieding voor een TV-optreden vanuit de Philipsstudio’s in Hilversum.

Na die zomer en de afgelopen culturele missie werd het trio uitgenodigd door Perez Prado om op wereldtoernee te gaan. Luis Parana zag dat zitten, de andere twee meenden dat ze op eigen kracht door konden en zich niet aan een mambo-orkest hoefden te verbinden.

Het meningsverschil betekende het einde van het trio dat onder de naam ‘Trio Los Paraguayos’ bij Philips drie platen had opgenomen met traditionele Paraguayaanse folk. Luis Parana haalde vervolgens zijn broer uit Paraguay om een nieuw trio te stichten en bleef bij platenmaatschappij Philips. Agustín Barboza keerde terug naar Paraguay en opereerde van daaruit. Digno Garcia bleef in België en tekende een platencontract bij Jacques Kluger, baas van World Music.
Hoewel de drie Paraguayanen muzikaal elk hun eigen weg gingen, bleven ze goede vrienden.

Voor de twintigste verjaardag van het ontstaan van ‘Trio Los Paraguayos’ in ’74 zouden de drie artiesten in Oostende (België) nog eens optreden. Acht dagen vóór dit optreden, op 15 september 1974 overleed Luis Alberto del Parana in London. Zijn broer, Reynaldo Meza, werkte verder onder de naam ‘Los Paraguayos’ tot zijn overlijden in 2002.
Agustín Barboza overleed na zijn terugkeer in Paraguay.

Intussen had Digno zijn eigen trio, onder de naam Digno Garcia y sus Carios. Hij speelde samen met Lucho Marin en Miguel Angel Gamarra en diens opvolger Ricardo Ortiz en had in Knokke zijn toekomstige vrouw leren kennen, Vera Engelen. Na hun huwelijk in 1962 vestigden ze zich in Geraardsbergen waar hij tot zijn dood in 1984 bleef wonen.

Zijn grootste successen kende hij met de herwerkte versie van de Cubaanse traditional ‘Guantanamera’ en een eigen interpretatie van ‘La Felicidad’ en ‘Brigitte Bardot’.
Al die tijd bleef hij zijn eigen harpen bouwen, waarvoor hij uit Joegoslavië dennenhout liet overkomen. Vanuit Geraardsbergen toerde het trio de hele wereld rond. Alleen Oost-Europa bleef buiten hun bereik. Optredens waren er wel ondermeer in Japan, de Filippijnen, Ijsland, de VS, Thailand en Libanon.

Tijdens de zomer trok hij zich jaarlijks terug in Spanje waar hij vanuit Estartit aan de Costa Brava toerde. Daar schreef hij het nummer ‘Costa Brava’ dat twee jaar lang (’67-’68) de best verkochte single in Spanje was. In totaal schreef hij 80 eigen nummers en bracht veertig LP’s uit die door hun tijdloos karakter nog steeds gekoesterd worden.In 1994 kwam postuum de eerste CD uit. In datzelfde jaar werd in Geraardsbergen het eerste herdenkingsoptreden gehouden onder de naam ‘Digno Garcia para Siempre.’
Wegens het succes verhuisde de herdenking het volgende jaar naar Aalst waar het vanaf 1997 in het Okapi Forum een vaste plaats verwierf in het Vlaamse muzikale landschap.